vrijdag 11 juni 2010

De zomer is nu echt begonnen!
De baantjeszwemmers van het avonduur bespreken de laatste ontwikkelingen op het gebied van wetenschap, cultuur en politiek.

zaterdag 7 november 2009

Pattern of Love

For Scenic Sunday
is this the projection
of my never ending love
his territory
his personality
his warm fur
on cold brikes

dinsdag 18 augustus 2009

Een Nieuw Geloof

Over het dragen van hoofddoekjes kan nog gediscussieerd worden. Over burka's, van die Afghaanse tafellakens met een raampje aan de voorkant, nee. Wég ermee.
Hoewel... het is hun geloof!!!
Daar is wat voor te zeggen.
Op een warme zomerdag namelijk, toen ik geheel uitgeput en naakt op mijn bed lag, bedacht ik dat een frisse duik in het zwembad Klarenbeek me wel goed zou doen, maar ik zag er tegen op om mij eerst aan te moeten kleden en daarna in de kleedhokjes weer uit. En na de frisse duik weer dat muffe gedoe in het kleedhokje.
Waarom kon ik niet gewoon bloot in mijn autootje stappen? Mijn lichaam is best nog mooi om te zien en bovendien heb ik er nieuwe heupgewrichten in laten zetten!
Ik greep mijn kamerjas en reed naar het zwembad. Ik kwam ongehinderd langs de kassa en liep rechtstreeks de trap af naar het zwembad waar mijn zwemvrienden mij toezwaaiden vanuit het water en riepen: "Wat heb je nu aan in godsnaam?"
Ik hief mijn armen ten hemel en sprak:
"Eshedoe ain neptunes y badjassen rasjoeloela," waarop ik de badjas afwierp en in het water dook waar ik met gejuich ontvangen werd.
"Ja, het is een nieuw geloof," zei ik verklarend.

In gesprek met de jeugd

Voor het eerst na weken hangt er na de vele regenwolken een wolk van uitgelaten kinderstemmen boven het zwembad. Baantjes trekken is vandaag moeilijk want zwemmende en duikende kindervreugd verspert de weg.

Ik zwem dus met Herman een beetje in het rond en we praten over Hannie en haar kunstwerken, de zwarte handel in de oorlogstijd en de vrijpostigheid van de jeugd, vooral het laatste een geliefd onderwerp voor ouderen zoals wij.

Alleen in het laatste kwartier komen de banen vrij en zwem ik zwijgend met de fanatiekelingen tot de laatste minuut tot badmeester Ad ons het water uit kijkt.

Als ik aangekleed ben staat Herman nog onder de douche want hij vindt dat je alles moet halen uit het leven.

Vier late jongetjes van ongeveer tien jaar komen op een rijtje uit de kleedhokjes met guitige oogjes, bereid tot grappen. Ik loop met ze op en ze beginnen spontaan Sinterklaasliedjes te zingen, refererend aan mijn baard.

Bij de uitgang staat de manager Ad de treuzelaars aan te manen de zweminrichting te verlaten.

"Hoe vind je dat nou, Ad," zeg ik, "ze noemen me Sinterklaas maar als ik zeg dat ze dan ook op mijn schoot moeten zitten en een liedje zingen roepen ze: vieze oude man!"

"Dan hebben ze nog gelijk ook," is zijn plagende antwoord.

Ja, denk ik, Sinterklaas is een verdacht figuur als hij in het zwembad grapjes maakt met de jongens. Sinterklaas hoort op het dak, moet cadeautjes afleveren en verder moet hij zijn bek houden tegenwoordig.

Ik wacht op Herman dus praat ik nog een poosje door met de jongens.

Een van hen vraagt aan mij: "Ze zeggen dat u dit zwembad gebouwd heeft, is dat zo?"

"Nee dat niet, maar ik heb wel in Spanje een zwembad gebouwd in mijn tuin."

Dat doen ze af als opschepperij wat mij prikkelt tot verdere uitleg want ik laat me door deze knaapjes toch niet kleineren? Wat denken ze wel!

"In Spanje heb ik een Alfa Romeo cabrio en ik was 20 jaar op vakantie in Marokko, Italië en Tunesië. Eens vroeg mij een dame in hotel Atlas in Agadir wanneer mijn vliegtuig vertrok. Zij dacht dat ook ik een vakantie van veertien dagen had geboekt. Ik antwoordde haar dat ik al vijf jaar op vakantie was en niet van plan naar huis te gaan."

De jongens zijn niet onder de indruk.

"Hebt u met haar geneukt?"

Ik onderdruk mijn verbazing. "Nee hoor, we spraken alleen over onze vakanties."

"Hebt u kinderen?"

"Ja, maar die zijn al over de veertig."

Herman komt eraan, hij heeft het gesprek niet kunnen volgen, en we stappen in de auto, maar voor ik het portier kan sluiten hoor ik vier triomfantelijke stemmetjes roepen:

"Dan heb je dus wel geneukt."

Herman kijkt mij aan met een vreemde blik.

Filosoferen bij het zwembad

Het is mooi weer in de maand mei van het jaar 2005.

Zoals gewoonlijk zitten Herman en David te filosoferen op het muurtje bij het zwembad.

“Mensen die domme vragen stellen zijn a-priori dom. Maar het feit dat ze vragen stellen bewijst hun wil om zich te ontwikkelen,” zegt David.

Herman moet hier even over nadenken en antwoordt dan: “Ja maar er is verschil tussen domme en onlogische vragen. ‘Bestaat God’ is een onlogische vraag, want de veronderstelling dat een God zich voor ons zou interesseren is een waandenkbeeld.”

“Mensen met waandenkbeelden zijn niet gevaarlijk. Laat ze maar gewoon op straat loslopen,” zegt David.

Herman: “Maar je moet ze niet voor de klas zetten.”

“Nee, inderdaad. En de bijzondere scholen voor godsdienstonderwijs hebben hun langste tijd wel gehad. De overheid moet de verspreiding van waandenkbeelden juist tegengaan. Verbieden is echter zinloos. Je kunt ook een psychiatrisch patiënt niet verbieden om gestoord te zijn. Iedereen heeft recht op zijn eigen geestelijke afwijking.”

Herman: “Maar het gaat me te ver om met overheidsgeld instituten in stand te houden die mensen opleiden tot verspreiders van irrationele denkbeelden afkomstig uit zeer oude boeken.”

“Hebben de machthebbers er misschien belang bij dat de bevolking blijft geloven in deze zeer oude boeken?”

Herman staat traag op en gaat op de rand van het zwembad staan, maar voor hij erin duikt draait hij zich nog even om en zegt:

“Domme vraag!”

Inspiratie

Zwemmen is een levensbehoefte.

Een dag niet gezwommen is een dag niet geleefd.

Rustig baantjes trekkend, regelmatig en diep ademend, herstellen de longen zich van herfst en winter.

In het water verliest het lichaam zijn gewicht, de geest zijn verwarring.

In dat aardse element kan ik ontspannen en zweven mijn gedachten als vrije vissen, de Barracuda ontkomen.

Na tien baantjes dalen de gedachten naar het onbewuste en ga ik filosoferen, niet zoeken naar waarheid maar naar de betekenis van de dingen in de dialoog met mezelf, zoals: ‘de betekenis van het leven is de liefde’, of ‘de illusie is sterker dan de realiteit’, of ‘als de moraal van een god moet komen, heeft de mens afgedaan’.

De ene gedachte haalt de andere uit, dus ik loop naar de douche met een hele berg tekst onder de denkbeeldige badmuts, maar in de doucheruimte staan dan meestal zeven lachende jongetjes, die als vrolijke bloemen uit de tegelmuur groeien aan lange waterstralen. Hun aanblik spoelt al mijn diepzinnige gedachten weg die gorgelend verdwijnen in het afvoerputje. En dan is er altijd wel een meelevend knaapje dat zijn warme waterstraalstengel aan mij afstaat, afgaand op mijn uiterlijk met de woorden: ‘Kom maar hier, Vader Abraham!’

Nee, diepzinnige gedichten kan ik zo niet schrijven.

Echte literatuur ontluikt in eenzaamheid en bloeit niet aan de borders van een zwembad maar als waterlelies op de donkere vijvers van het onbewuste.


Ga voor meer verhalen naar 'De Boeken van David Das' op zijn website w w w. d a v i d d a s .nl